Het idee om naar het buitenland te verhuizen bleef de afgelopen tijd steeds vaker door mijn hoofd gaan. Ik voelde aan alles dat ik niet meer alleen moest dromen, maar de knoop voor mezelf moest doorhakken. Ik heb de afgelopen jaren zoveel reizen gemaakt. In de eerste jaren wilde ik na een reis altijd wel graag weer naar huis en vond ik het ook fijn om thuis te zijn. Vooral de laatste twee jaar is dat veranderd. Ik voel me steeds makkelijker ergens anders thuis. Mijn thuis hoeft niet alleen meer mijn eigen huis te zijn. Thuis betekent voor mij dat ik me ergens comfortabel voel, tot rust kan komen en mezelf kan terugtrekken, maar ook af en toe naar buiten kan om iets leuks in de buurt te doen.
Mijn reizen werden steeds langer en daar had ik geen moeite mee. Ik voel me tegenwoordig net zo goed thuis in een hostel, hotel of appartement. Mijn reis naar Kenia was de langste reis dat ik van huis ben geweest: vierentwintig dagen. Ook toen had ik niet het gevoel dat ik naar huis moest. Steeds meer kreeg ik het gevoel dat ik ergens ook langer zou kunnen blijven. Niet alleen voor een reis, maar echt voor een langere periode. Ik ben er klaar voor. Nu is het moment om te gaan. Alleen bleef er één grote vraag over: waarheen?
Ik ben op zoek naar meer rust, ontspanning en natuur in mijn leven. Ierland of Schotland? Twee landen met vriendelijke mensen en schitterende natuur, waar ik best zou kunnen wonen. Daarbij zou ik mijn Engels ook nog kunnen verbeteren, iets wat ik altijd al heb gewild. Ergens vond ik het ook wel bijzonder dat ik überhaupt in de positie zat om mezelf af te vragen waar ik naartoe wilde. Wat leuk eigenlijk om te kunnen kiezen waar ik ga wonen. Toch bleef één land steeds opnieuw terugkomen in mijn gedachten. Waarom precies, vond ik lastig uit te leggen.
Dit jaar vierde ik oud en nieuw in Stavanger, een stad in het zuiden van Noorwegen. Ik zag daar prachtige natuur. Ik beklom de Preikestolen, voer met een boot door de fjorden en ontdekte ook net buiten de stad mooie plekken met helder water, rotsen en uitzicht op de bergen. Ook Stavanger zelf heeft voor mij veel van wat ik zoek. Een gezellig centrum, een haven om de hoek, leuke straten en natuur dichtbij. Daarbij vond ik de mensen er vriendelijk en gastvrij. Toch waren het uiteindelijk niet alleen die grote uitzichten of de mooie plekken die ervoor zorgden dat Stavanger in mijn hoofd bleef hangen.
‘Ik was geland.’
In die week ervaarde ik namelijk een rust die ik niet vaak heb gevoeld. Ik had een eigen appartement en iedere dag stond er wel een leuke activiteit op de planning. Daarnaast liep ik door de stad of door de natuur, deed ik boodschappen en maakte ik mijn eten thuis klaar. De eenvoud deed me goed. Het leven dat ik normaal in volle vaart leefde, mocht ik daar even thuislaten. Geen reeks van achttien diensten achter elkaar en niet alweer bezig zijn met de volgende bestemming. Ik was geland. Ik had gewoon een fijne plek waar ik een week verbleef. Toen ik op een middag niets te doen had, ging ik zelfs alleen naar de bioscoop. Juist dat gewone dagelijkse leven in een andere stad deed me goed.
Toen vroeg ik mezelf al af of Stavanger misschien een stad zou kunnen zijn waar ik ooit zou wonen. Ik voelde er rust in mijn hoofd, maar ook in mijn lichaam. Tijdens die reis liet ik zelfs een tattoo van een Noorse spar zetten. Een herinnering aan die week en vooral aan het gevoel dat ik daar had. Op drukke dagen, of op dagen waarop ik wat spanning voel, kan die spar me eraan herinneren dat het ook anders kan. Minder snel, minder vol en iets eenvoudiger. Misschien was dat achteraf gezien al een eerste teken dat die reis meer met me had gedaan dan ik op dat moment doorhad.
Ook de winter hield me niet tegen. Het is in Noorwegen kouder dan in Nederland, maar daar kan ik me op kleden. Ik was er tenslotte midden in de winter en had mezelf goed voorbereid. Soms had ik het zelfs te warm. Als het regende of sneeuwde, ging ik daarna terug naar mijn appartement, trok mijn natte kleding uit en stapte onder een warme douche. Juist de kou deed me op een bepaalde manier goed. De frisse lucht, het knisperende geluid van mijn wandelschoenen in de sneeuw en daarna ergens in de stad een warm drankje drinken. Het hoorde voor mij juist bij de sfeer van die week.
Langzaam veranderde er iets. De twijfel en de vragen in mijn hoofd maakten steeds meer plaats voor plannen en ideeën. Waarom zou ik die stap eigenlijk niet zetten? Natuurlijk voelde dat spannend. Wat moest ik allemaal regelen? Zou ik de taal wel leren? Zou ik er werk vinden en een woning? Ik wist het allemaal nog niet. Maar misschien hoefde ik ook niet eerst op iedere vraag een antwoord te hebben. Ik weet nog goed wanneer het voor mij echt kantelde. Ik kwam net terug van een week Menorca en raakte via Instagram in gesprek met iemand die dezelfde droom had om ooit naar Noorwegen te emigreren. Dat gesprek maakte mijn eigen droom ineens minder ver weg. Niet omdat iemand anders het kon en ik het dus automatisch ook kon, maar omdat ik besefte dat ik kon blijven praten over ‘ooit’ of zelf kon beginnen. Ik heb de knoop doorgehakt. Ik ga naar Noorwegen. Volgend jaar.

0 Reacties