69. Waar mijn energie naartoe mag

Deel II | 0 reacties

Deze verhalen zijn niet alleen bedoeld voor jou als lezer, maar ook voor mezelf. Elk hoofdstuk draagt iets met zich mee. Iets wat ik heb geleerd, waar ik achter ben gekomen of wat me heeft geraakt zonder dat ik het meteen doorhad. Schrijven is voor mij daarom niet alleen terugkijken, maar ook een manier om te begrijpen hoe ik met dingen omga, wat ik doe als het schuurt en wat ik daar uiteindelijk uithaal. In het dagelijks leven sta ik daar niet altijd bij stil. Momenten om echt stil te staan zijn schaars. Juist daarom zijn mijn reizen zo waardevol. Ze geven me ruimte om te denken, te voelen en dingen op een rijtje te zetten die tussen werk, sporten en alles daaromheen blijven liggen. En er was iets wat al een tijdje aan me knaagde. Iets wat steeds terugkwam, maar waar ik nog niet echt bij had stilgestaan.

Na mijn roadtrip door IJsland besloot ik ook in Wales een auto te huren. Geen vaste uitvalsbasis deze keer, maar vijf dagen van plek naar plek reizen. Waar ik eerder vanuit een stad de omgeving verkende en ’s avonds altijd terugkeerde naar hetzelfde bed, wilde ik nu verder. Mijn route lag klaar, de overnachtingen waren geboekt en onderweg had ik wandelingen en bezienswaardigheden uitgezocht. Mijn reis begon alleen iets anders dan gepland. Bij de autoverhuur vertelden ze dat de vorige huurder mijn auto niet had teruggebracht en ik daarom een upgrade kreeg. Leuk, dacht ik, totdat ik buiten een busje met negen zitplaatsen zag staan. Even wilde ik weigeren, maar het was dit of geen auto. De medewerker bood meerdere keren zijn excuses aan en zei uiteindelijk dat ik de tank leeg mocht inleveren. Met een bus waar normaal een compleet voetbalteam in past, reed ik dus alleen richting mijn eerste bestemming. Rechts zitten en links rijden voelde opvallend snel vertrouwd. Alsof mijn brein simpelweg dacht: prima, vandaag doen we het zo.

De eerste rit duurde ongeveer twee uur en ergens onderweg kwam die gedachte weer boven. Ik heb de neiging om vriendelijk te zijn tegen iedereen en zoek vrij snel diepgang in contact. Ik toon interesse, stel vragen en probeer echt aanwezig te zijn, omdat ik het belangrijk vind dat iemand zich gezien en gehoord voelt. Dat is op zichzelf iets waar ik achter sta. Alleen doe ik het ook bij mensen bij wie ik eigenlijk geen verbinding voel. Mensen die me energie kosten. Op het moment zelf merk ik daar weinig van. Ik luister, stel vragen en houd het gesprek gaande. Pas later, wanneer ik weer alleen ben, komt er een leeg of geïrriteerd gevoel omhoog. Alsof ik mezelf ergens onderweg een beetje ben kwijtgeraakt en ongemerkt over mijn eigen grens ben gegaan. Toch gebeurt het de volgende keer weer. Niet omdat iemand dat van me vraagt, maar omdat het bijna automatisch gaat.


Ik liet de gedachte tijdens het rijden weer even los. De drukke wegen maakten plaats voor smalle wegen door de heuvels, waar twee auto’s nauwelijks naast elkaar pasten. Voor één keer was mijn enorme busje in mijn voordeel: anderen gingen geregeld voor me aan de kant. Even een hand opsteken naar elkaar en weer verder. Mijn eerste bestemming was de Four Waterfalls Walk, een wandelroute door een groen landschap langs vier verschillende watervallen. Na het rijden was het heerlijk om een paar uur alleen door de natuur te lopen, met weinig meer dan het geluid van stromend water om me heen. Daarna reed ik verder naar mijn hotel, een soort landhuis waar ik vriendelijk werd ontvangen. Alles voelde rustig. De omgeving, de mensen en zelfs het tempo waarin dingen gebeurden.

De volgende ochtend begon met een Engels ontbijt, een cappuccino en wat kwark. Mijn hotel lag in Llanberis, vlak bij Yr Wyddfa, beter bekend als Snowdon, met zijn 1.085 meter de hoogste berg van Wales. Mijn plan was helemaal niet om naar de top te gaan. Ik wilde ongeveer een uur omhoog wandelen en daarna terugkeren, omdat ik mijn energie wilde bewaren voor de dagen erna. Water nam ik niet mee. Twee uurtjes lopen, dacht ik. Voor me liepen mensen met bergschoenen, rugzakken en wandelstokken. Ik liep sneller en haalde er verschillende in. Bijna iedereen begroette me. Een ‘Hiya’ bleef zelden alleen een ‘Hiya’. Mensen maakten een praatje, vroegen waar ik vandaan kwam of keken verbaasd naar het feit dat ik zonder spullen omhoogliep. Het voelde alsof je met vreemden toch een beetje samen die berg opliep.

Na een uur kreeg ik dorst en besloot ik dat ik niet veel verder meer zou gaan. Tot ik een houten kraampje tegenkwam waar ik water en koffie kon kopen. De vrouw achter het loket keek naar mijn kleding en vroeg bezorgd of ik werkelijk helemaal naar boven wilde zonder goede uitrusting. Of ik ervaring had met bergen en wel wist wat me nog te wachten stond. Ik stelde haar gerust en ging met mijn koffie zitten. Terwijl ik daar zat, keek ik omhoog. De gedachte kwam vanzelf: waarom eigenlijk niet? Ik leverde mijn lege beker in, wenste haar een fijne dag en besloot door te gaan. De zon kwam hoger te staan, schapen en lammetjes liepen langs het pad en af en toe zag ik de bergtrein langzaam omhoog of weer naar beneden rijden. Het grind veranderde steeds meer in grote stenen. Ik vond het geweldig. Als een jong lammetje sprong ik van steen naar steen. Hoe steiler het werd, hoe rustiger ik ging lopen om mijn benen te sparen. Uiteindelijk kwam ik bij het punt waar de trein niet verder ging. Vanaf daar werd het pad steiler en ruiger, en voelde het alsof de echte klim pas begon. De wind nam toe en uiteindelijk verscheen de top voor me. De laatste meters waren zwaar, maar juist daar kwam die kracht naar boven die ik tijdens dit soort momenten vaker voel. Toen ik bij de steen op het hoogste punt stond, voelde ik vooral euforie en trots. Ik was begonnen aan een wandeling van twee uur en stond ineens op het hoogste punt van Wales. 


Eerder die ochtend had ik kort gesproken met een klusjesman van het hotel die bezig was met schilderwerk. Toen ik terugkwam, zag ik hem opnieuw. Hij vroeg of ik de berg uiteindelijk had beklommen. Ik vertelde dat ik in ongeveer twee uur boven was gekomen. Hij keek zichtbaar verbaasd en zei dat veel mensen daar ruim drie uur voor nodig hebben. Ik vertelde lachend dat ik op sommige stukken bijna over de stenen rende en dat ik juist energie krijg van dit soort momenten. Hij lachte mee. Dat viel me vaker op in Wales. Mensen maakten gemakkelijk een praatje, maar het voelde zelden leeg. Een korte ontmoeting kon oprecht geïnteresseerd voelen zonder dat er iets van me werd verwacht. Juist dát soort contact gaf me energie. Niet omdat een gesprek lang of diep moest zijn, maar omdat het vanzelf ging.

Tijdens de dagen daarna reed ik verder naar het noorden. Schapen liepen over de weg en regelmatig moest ik stoppen om ze rustig te laten oversteken. Ik reed tussen bergen door, zag het zonlicht tussen de wolken op het landschap vallen en had uren waarin niemand iets van me nodig had. Onderweg kwam dezelfde vraag terug: waarom steek ik zoveel energie in contact waarvan ik eigenlijk al weet dat het me weinig brengt? Zelfs tijdens een reis kon een vervelend gevoel daarover ineens bovenkomen. Het antwoord begon langzaam duidelijker te worden. Vriendelijk zijn betekent niet dat ik mezelf aan iedereen hoef weg te geven. Interesse tonen betekent niet dat ieder contact verdieping nodig heeft. Mijn energie is niet onbeperkt. En als ik haar steeds stop in mensen bij wie ik leegloop, blijft er minder over voor de mensen en momenten waarvan ik juist oplaad.

“Vriendelijk zijn betekent niet dat ik mezelf aan iedereen hoef weg te geven.”

Een van mijn laatste dagen reed ik eerst naar Llanfairpwllgwyngyll, vooral bekend vanwege zijn absurd lange Welshe plaatsnaam. Veel meer dan een foto hoefde ik daar eerlijk gezegd niet te hebben. Daarna reed ik richting de kust, waar ik hoopte eindelijk puffins te zien. Het is mijn favoriete dier en ik had gelezen dat ik bij de kliffen in de buurt van de vuurtoren een goede kans maakte. Ik liep langs de kust en speurde het water en de rotsen af, maar zag er geen één. Iets teleurgesteld bestelde ik een cappuccino bij een houten restaurant. Terwijl ik naar een kaart met vogelsoorten en uitkijkpunten keek, kwam een oudere medewerker naar me toe. ‘Zoek je iets specifieks?’ vroeg hij. Ik vertelde dat ik voor de puffins kwam. Hij wees verschillende plekken op de kaart aan en legde uit dat ze aan het broeden waren en daardoor lastig zichtbaar konden zijn. Daarna pakte hij een boekje waarin bezoekers waarnemingen hadden genoteerd. ‘Eergisteren drie, gisteren geen en vandaag één,’ zei hij. Hij adviseerde me in de buurt van de ervaren vogelspotters te gaan staan. Daarna vroeg hij of ik uit Duitsland kwam. Toen ik Nederland zei, vertelde hij dat hij ooit in Rotterdam was geweest en het een mooie stad vond. We praatten nog even verder voordat ik hem bedankte en weer naar buiten liep.

Niet veel later hoorde ik een groep vogelspotters zeggen dat er kort daarvoor drie puffins waren gezien. Ze stonden met grote verrekijkers en camera’s met enorme lenzen langs de kliffen, volledig geconcentreerd op iedere beweging boven het water. Ik ging een stukje verderop in het gras zitten. De zon scheen, beneden sloeg het water tegen de rotsen en ondertussen luisterde ik stiekem mee naar alles wat de spotters ontdekten. Iedere keer wanneer iemand een vogel aanwees, keek ik dezelfde kant op. Ik bleef er ongeveer een uur zitten. Een puffin liet zich niet zien. Toch voelde die middag uiteindelijk niet mislukt. De wandeling langs de kust, het gesprek met de man in het restaurant, de mensen die enthousiast naar vogels stonden te zoeken en gewoon een uur in de zon zitten waren op zichzelf al waardevol. De volgende ochtend reed ik bijna vijf uur terug naar het vliegveld. Ik nam de tijd, keek nog één keer naar het landschap en leverde mijn veel te grote busje weer in. Op het vliegveld bestelde ik een cappuccino en begon ik aan dit hoofdstuk. Misschien had Wales me uiteindelijk precies laten zien waar die knagende gedachte over ging. Ik hoef niet minder vriendelijk te worden. Ik mag alleen beter kiezen waar ik mijn energie in steek. In mensen die iets teruggeven zonder dat daar veel voor nodig is. Een vrouw bij een kraampje op een berg. Een klusjesman bij een hotel. Een oudere man die me helpt zoeken naar een puffin. Kleine ontmoetingen, maar wel de ontmoetingen die ik mee naar huis neem.


0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *