33. Hoe het ook kan

Deel I | 0 reacties

Met een goede vriend – zo'n vriend die je niet vaak ziet, maar met wie het altijd meteen goed is – had ik een paar dagen Bilbao gepland. Eens in de zoveel tijd reizen we samen zonder vaste patronen of grote plannen. Zo bezochten we eerder al Londen en Milaan. Daar gingen we naar de stadions van Arsenal, AC Milan en Inter, en ook deze keer wilden we het stadion van Athletic Bilbao niet overslaan. Verder hielden we het simpel: wat wandelen, wat eten en gesprekken die nergens heen hoefden. Geen to-do-lijst, geen haast. Gewoon samen op pad.

Ons hotel lag midden in het centrum. Vanaf het kleine balkon, waarvan we de deur openlieten om de warmte buiten te houden, kregen we de sfeer van de stad vanzelf mee. Al vanaf het eerste moment viel me op hoe ontspannen alles aanvoelde. Het deed me denken aan Alicante: dezelfde gemoedelijke sfeer, dezelfde rust zonder dat het saai werd. De terrassen zaten vol met mensen die hun werkweek achter zich hadden gelaten en zichtbaar genoten van hun vrije tijd. Vanaf een uur of twaalf verschenen de eerste drankjes op tafel en trokken mensen van bar naar bar voor pintxos: kleine, rijk belegde hapjes die overal in Baskenland te vinden zijn. Voor even leek niemand ergens haast mee te hebben.

We pasten ons moeiteloos aan dat ritme aan. Terwijl we door de stad liepen, deden we wat de lokale bevolking ook deed: zitten, proeven, kijken en praten. Zonder doel, maar vol aandacht. Het verschil met Nederland voelde direct merkbaar. Bij ons lijkt alles efficiënt en functioneel te moeten zijn. Een terras is vaak een korte pauze tussen afspraken door en eten iets wat je tussendoor doet. In Bilbao voelde het anders. Daar leek het leven zelf de afspraak te zijn. Niet iets wat je tussendoor doet, maar iets waar je bewust de tijd voor neemt.

"Alsof mijn lichaam die rust al kende, maar ik er thuis minder vaak ruimte voor maak."

Misschien viel het me daarom zo op hoe vanzelfsprekend het voelde om mee te bewegen in dat ritme. Alsof mijn lichaam die rust al kende, maar ik er thuis minder vaak ruimte voor maak. In mijn dagelijks leven merk ik hoe vaak ik doorga, ook wanneer dat eigenlijk niet nodig is. Als iemand vraagt of ik op een vrije dag een extra dienst wil werken, zeg ik zelden nee. Er zit een sterk gevoel van verantwoordelijkheid in me. Ik zeg weleens dat ik liever een half uur te vroeg ben dan één minuut te laat. En als ik toch eens te laat kom, voelt dat ongemakkelijk. Alsof ik niet voldoe aan de standaard die ik voor mezelf heb neergelegd.

Soms vraag ik me af waarom zoveel mensen tegenwoordig uitvallen met stress, burn-out of depressieve klachten. Natuurlijk zijn de oorzaken ingewikkeld en voor iedereen anders. Maar soms denk ik dat we ook veel van onszelf en van elkaar zijn gaan verwachten. Ik hoorde ooit dat de hoeveelheid prikkels die mensen in de oertijd in hun hele dag ervaarden, wij tegenwoordig soms al binnen een paar minuten verwerken. Berichten, meldingen, afspraken, nieuws en verwachtingen: het houdt zelden op. Misschien is het dan ook niet vreemd dat zoveel mensen moeite hebben om echt tot rust te komen.

We gaan in Nederland vaak van afspraak naar afspraak. Onze agenda's zitten vol en zelfs vrije tijd plannen we zorgvuldig in. Maar in Bilbao leek niemand zich daar druk om te maken. De mensen daar lieten zien dat rust niet alleen een beloning hoeft te zijn nadat alles af is. Misschien mag rust juist een vast onderdeel van het leven zijn. Even gas terugnemen in een wereld die steeds sneller lijkt te gaan. Niet pas wanneer het moet, maar juist zolang het nog mag.

Deze reis liet me opnieuw zien waar ik zelf nog in wil groeien. Ik probeer steeds meer de balans te vinden: tussen inspanning en ontspanning, tussen moeten en mogen, tussen haast en aanwezigheid. Juist tijdens dit soort reizen merk ik hoe goed het kan voelen als die balans er even wel is. Niet omdat ik alles loslaat, maar omdat ik merk dat er ook een andere manier bestaat. Een manier waarop niet elke minuut productief hoeft te zijn en waarop rust geen luxe is, maar iets heel normaals.

Misschien is dat wel de grootste winst van deze reis. Niet dat ik iets spectaculairs heb gezien of iets uitzonderlijks heb gedaan, maar dat ik even heb ervaren hoe een ander ritme voelt. Een ritme met meer ruimte, meer rust en minder haast. En als ik later terugkijk op mijn leven, dan hoop ik niet trots te zijn op hoe druk ik het heb gehad. Ik hoop dat ik terugdenk aan de momenten waarop ik het lef had om het even níét te hebben.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *