30. Niet langer weg van mezelf

Deel I | 0 reacties

Destijds had ik last van vluchtgedrag. Wanneer iets moeilijk, ongemakkelijk of te zwaar werd, voelde ik vooral één neiging: weg hier. Niet altijd letterlijk, maar vaak genoeg wel. Weg uit de situatie, weg van verwachtingen en vooral weg van het gevoel dat ik op dat moment niet kon verdragen. Ik vertelde mezelf dat ik behoefte had aan verandering, vrijheid of avontuur, maar daaronder zat soms iets anders. Ik wilde niet altijd ergens naartoe; ik wilde vooral niet blijven waar ik was. Studie, werk, sociale verwachtingen en de vraag wat ik met mijn leven moest, kwamen tegelijk op me af. Terwijl anderen hun richting leken te bepalen, voelde ik vooral druk. Zodra twijfel of onrust zich aandiende, begon mijn hoofd automatisch naar een uitgang te zoeken. Een onbekende stad of een nieuw land voelde dan als de oplossing. Alleen al het vooruitzicht dat ik binnenkort weg zou zijn, gaf me opluchting.

Op reis hoefde ik even niet na te denken over wat er thuis van mij werd verwacht. Niemand kende mij, niemand wist waarmee ik worstelde en ik hoefde niets uit te leggen. Ik kon door onbekende straten lopen zonder het gevoel te hebben dat ik ergens aan moest voldoen. Tijdens het reizen voelde ik me lichter en vrijer, maar die vrijheid was tijdelijk. Zodra ik weer thuiskwam, stonden dezelfde vragen nog steeds op mij te wachten. De spanning die tijdens het reizen naar de achtergrond was verdwenen, kwam langzaam terug, soms al tijdens de terugreis. Ik had afstand genomen van mijn leven, maar mijn leven zelf was niet veranderd. Toch bleef ik reizen, niet alleen omdat ik van de wereld hield, maar ook omdat die wereld mij tijdelijk lucht gaf.

In Palermo begon ik voor het eerst duidelijk te merken dat weggaan niet altijd nodig was. De stad was luid, rommelig en chaotisch. Scooters scheurden door smalle straten, automobilisten reden alsof verkeersregels slechts suggesties waren en niemand leek zich daar bijzonder druk om te maken. In het begin frustreerde mij dat. Ik wilde overzicht en controle, terwijl Palermo daar geen enkele belangstelling voor had. Normaal gesproken probeerde ik zo’n gevoel snel op te lossen. Ik veranderde mijn route, paste mijn planning aan of besloot dat een plek simpelweg niets voor mij was. In gedachten was ik soms al bezig met eerder naar huis gaan. In Palermo had dat weinig zin. De stad bleef lawaaierig en onvoorspelbaar, hoeveel weerstand ik ook voelde. Na een paar dagen begon ik te beseffen dat niet de stad het grootste probleem was, maar mijn behoefte om alles beheersbaar te maken.

‘De ene plek leerde me blijven in de chaos, de andere leerde me blijven in de stilte.’

Ik hoefde niet alles prettig te vinden om het te kunnen verdragen. Niet elk ongemak betekende dat ik weg moest en niet ieder gevoel vroeg om een oplossing. Voor iemand die lang dacht dat rust pas ontstond wanneer de omstandigheden veranderden, was dat nieuw. Rust kon ook ontstaan doordat ik zelf niet meer overal tegen vocht. Cefalù liet me vervolgens de andere kant daarvan zien. Het stadje aan zee voelde als het tegenovergestelde van Palermo. De straten waren rustiger, het uitzicht was open en de tijd leek er langzamer te bewegen. Terwijl ik langs het water liep en over de blauwe horizon uitkeek, merkte ik dat mijn hoofd stiller werd. Niet omdat ik ergens voor wegliep, maar omdat ik mezelf toestond om gewoon aanwezig te zijn. De ene plek leerde me blijven in de chaos, de andere leerde me blijven in de stilte.

Thuis moest blijken wat die inzichten waard waren. Daar kwamen dezelfde spanningen terug, dezelfde twijfels en dezelfde neiging om iets te veranderen zodra het onrustig werd. Ik begon mezelf vaker af te vragen waarom ik weg wilde. Wilde ik werkelijk ergens naartoe, of wilde ik vooral niet voelen wat er op dat moment speelde? Was een nieuwe stap een bewuste keuze, of een snelle uitweg? Die vragen hielden me niet altijd tegen, maar ze maakten het wel moeilijker om mezelf voor de gek te houden. Ik begon het verschil te herkennen tussen verlangen en vluchten. Bij het ene wil je iets ontdekken, bij het andere wil je zo snel mogelijk afstand creëren.

Ik leerde ook om niet meer direct naar iedere onrust te handelen. Waar spanning vroeger snel leidde tot plannen, beslissingen of het verlangen om iets achter me te laten, probeerde ik nu eerst te blijven. Niet eindeloos en niet ten koste van mezelf, maar lang genoeg om te begrijpen wat er werkelijk speelde. Soms bleek een situatie inderdaad niet meer bij me te passen. Soms moest ik erkennen dat ik vooral ongemak probeerde te vermijden. Blijven betekende voor mij niet dat ik mezelf moest vastzetten in werk, relaties of situaties die niet goed voelden. Het betekende alleen dat ik niet meer bij ieder moeilijk gevoel direct de deur uit hoefde.

Ook in Istanbul merkte ik hoeveel er was veranderd. De stad was groot, druk en vol tegenstellingen. Moskeeën maakten me stil van bewondering, terwijl markten juist al mijn zintuigen tegelijk wakker schudden. Geuren, kleuren, stemmen en beweging liepen voortdurend door elkaar heen. Vroeger had zo’n hoeveelheid indrukken me waarschijnlijk onrustig gemaakt. Nu kon ik me er vaker aan overgeven. Tijdens een boottocht over de Bosporus aten we, lachten we en lieten we de stad aan ons voorbijtrekken. Ik stond op het dek met een glas in mijn hand, omringd door muziek en onbekenden, en hoefde nergens anders te zijn. Er was niets dat opgelost moest worden en niets waaraan ik probeerde te ontsnappen. Ik genoot gewoon. De wereld hoefde me niet langer te redden van mijn eigen leven.

Die verandering ging langzaam. Ik bleef vaker waar ik vroeger was vertrokken en keek langer naar wat ik voelde in plaats van meteen weg te draaien. Soms betekende dat dat ik iets moest verdragen. Soms betekende het dat ik alsnog vertrok, maar dan vanuit een bewuste keuze in plaats van onrust. Het vluchtgedrag is niet volledig verdwenen. Ik herken nog steeds de neiging om afstand te nemen wanneer iets te dichtbij komt of te lang ongemakkelijk blijft. Het verschil is dat ik het nu sneller doorheb. Reizen heeft daardoor een andere betekenis gekregen. Vroeger gebruikte ik het soms om mijn leven tijdelijk te ontvluchten. Nu reis ik omdat ik nieuwsgierig ben, omdat ik wil beleven en omdat ik ergens naartoe wil zonder eerst ergens vandaan te hoeven vluchten. Wanneer ik vertrek, doe ik dat niet meer om mijn leven te ontlopen, maar om het voller te leven en uiteindelijk dichter bij mezelf terug te komen.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *