70. De stad was dezelfde. Ik niet.

Deel II | 0 reacties

In mijn vorige hoofdstuk over Berlijn vertelde ik over de eenzaamheid die ik daar voelde. De drie reizen ervoor was ik samen met iemand op vakantie geweest, waarna ik ineens weer alleen naar Berlijn ging. De gedachten die door me heen gingen, de beren die ik op de weg zag en het gevoel dat ik maar niet uit kon zetten. Op bijna al mijn reizen kijk ik met een goed gevoel terug, maar bij Berlijn was dat anders. Die reis voelde zwaar. Niet door de stad zelf, maar door alles wat ik op dat moment met me meedroeg.

Wat een half jaar geleden begon als een grap, werd uiteindelijk werkelijkheid. Een paar maanden eerder was ik al met een collega naar Edinburgh geweest, maar deze keer zouden we met vijf collega’s naar Berlijn gaan. Niet met de trein, maar met het vliegtuig. Maandenlang hadden we ernaar uitgekeken en eindelijk was het zover. Berlijn onveilig maken, iets van de stad zien en het nachtleven ontdekken. We hadden nauwelijks plannen gemaakt en juist dat maakte het leuk. Gewoon zien waar we terecht zouden komen.

Het blijft een groot verschil: alleen reizen of met andere mensen op pad gaan. Wanneer ik alleen reis, loop ik urenlang door een stad. Dan wil ik bijna alles zien: monumenten, wijken, straatjes, parken en koffietentjes. Af en toe een cappuccino tussendoor en daarna weer verder. Wanneer ik met anderen reis, ziet zo’n trip er heel anders uit. Dan draait het minder om alles afvinken en meer om samen ergens zitten, lunchen, een drankje doen of ’s avonds een kroeg in gaan. Eigenlijk zijn het twee totaal verschillende manieren van reizen, en ik kan allebei waarderen.

Mensen vragen me weleens of ik het niet zonde vind om een stad voor een tweede of derde keer te bezoeken. Mijn antwoord is eigenlijk altijd nee. Voor mij draait reizen niet alleen om nieuwe plekken ontdekken, maar ook om ergens naar uit kunnen kijken. Dat vooruitzicht geeft me energie. Zeker wanneer ik weet dat er weer een drukke werkperiode aankomt, helpt het om iets leuks op de planning te hebben staan. Dat hoeft niet eens een buitenlandse reis te zijn. Soms is het een feestje, een bioscoopavond alleen of een korte trip in Nederland. Het zijn kleine lichtpunten tussen de verplichtingen van het dagelijks leven. En als je zoiets samen plant, leef je er ook samen naartoe.

Tijdens onze dagen in Berlijn deden we het rustig aan. Toen we net waren aangekomen, gingen we meteen een biertje drinken en aten we een curryworst — iets wat je daar eigenlijk gewoon geprobeerd moet hebben. We bezochten onder andere de Dom, de Berlijnse Muur, het Holocaustmonument en de Rijksdag. Af en toe belandden we in een gezellige biertuin midden in de stad, waar overal mensen zaten te praten, eten en drinken. Het weer werkte mee, waardoor we regelmatig neerploften op een terras om van een koud drankje te genieten. Juist die simpele momenten maakten de reis ontspannen.



Op één van de avonden kwamen we terecht op een grote, open plek aan het water waar overal mensen zaten te eten, drinken en praten. Onder grote doeken hingen lampen en uit verschillende hoeken kwam muziek. De sfeer voelde relaxed en vrij. Mensen zaten aan lange houten tafels met bier, cocktails of eten uit kleine kraampjes. Overal gebeurde iets, maar nergens voelde het gehaast. Het was zo’n plek waar je eigenlijk maar “even” wilde zitten, maar uiteindelijk uren blijft hangen omdat de avond vanzelf voorbij glijdt.

In de avonden zochten we ook het nachtleven op. We kwamen terecht in cafés, een oude bunker die was omgebouwd tot uitgaanslocatie en later ook in een enorme alternatieve club aan de rand van de stad. Het uitgaansleven voelde anders dan in Nederland. Mensen zagen eruit zoals zij dat zelf wilden. Soms opvallend, soms uitgesproken, maar iedereen leek elkaar daarin volledig vrij te laten. Juist dat zorgde voor een ontspannen sfeer. Niemand leek zich druk te maken om hoe iemand eruitzag of zich uitte, en dat vond ik mooi om te zien.

Hoe gezellig ik het ook vond, ik merkte opnieuw dat meerdere dagen continu mensen om me heen hebben mij ook energie kost. Niet omdat ik het niet leuk vond, integendeel, maar omdat ik af en toe even rust nodig heb om op te laden. Daarom spraken we soms af om een paar uur terug te gaan naar het hotel om ieder even ons eigen ding te doen. Dat werkte goed. Daarna had ik weer energie voor de rest van de dag. In de afgelopen jaren heb ik geleerd dat ik kan genieten van gezelligheid, drukte en mensen om me heen, maar mezelf af en toe ook moet terugtrekken om weer op te laden.

“Juist die kleine momenten van rust gaven me balans.”

Ook na het uitgaan was ik meestal eerder wakker dan de rest. Terwijl iedereen nog sliep, liep ik ’s ochtends naar een koffiezaak om de hoek voor een cappuccino. De zon scheen al door de bomen, de temperatuur was aangenaam en de stad kwam langzaam tot leven. Juist die kleine momenten van rust gaven me balans. De vorige keer voelde Berlijn zwaar en donker. Deze keer voelde dezelfde stad licht. Berlijn was niet veranderd. Maar ik ging er deze keer anders doorheen.


0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *