45. De stempel en de grens

Deel I | 0 reacties

‘En jij wilt met een stempel van Armenië morgen naar Azerbeidzjan vliegen?’ De gids keek me aan alsof ik had voorgesteld om in mijn zwembroek de Himalaya te beklimmen. Ik knikte nietsvermoedend. ‘Haha,’ schaterde hij. ‘Dan doen ze moeilijk, hoor. Misschien word je wel opgepakt. Of apart gezet. Veel plezier!’ Daar stond ik dan. Spontaan op dagtrip in Armenië. Een leuk idee, totdat ik me herinnerde dat ik de volgende ochtend naar Azerbeidzjan zou vliegen. Twee landen die al decennialang op gespannen voet met elkaar staan. De grens is gesloten en een simpele stempel kan al genoeg zijn om je verdacht te maken. En laat ik die nou net trots in mijn paspoort hebben laten zetten.

Ik had me natuurlijk beter kunnen inlezen, maar het spontane won. En eerlijk is eerlijk: ik wilde iets vieren. Mijn vijftigste land. Een symbolische mijlpaal. Alleen wist ik nu ineens niet zeker of ik het vliegtuig überhaupt in zou komen. Of eruit. Terug in Tbilisi, waar mijn reis begon, sloeg de twijfel toe. Wat als ze me vasthouden? Wat als ik vragen moet beantwoorden over iets waar ik niets mee te maken heb? Was een getal dat allemaal waard?

Toch wist ik het antwoord eigenlijk al. Ik doe dit niet alleen om landen af te vinken. Ik doe het omdat ieder land en iedere stap me dichter bij mezelf brengen. Ook wanneer het spannend wordt. Juist dan. Het was nieuwjaarsdag en ik had een week gepland voor Georgië en Azerbeidzjan, twee landen die voor een klein deel in Europa liggen en daarom op mijn lijst stonden. Toen ik de dagtrip naar Armenië zag, leek dat me een mooie kans. Maandenlang had ik gedacht dat New York mijn vijftigste land zou worden, maar door deze spontane actie werd het Azerbeidzjan.

Na die mooie dag in Armenië en het ongemakkelijke lachje van de gids besloot ik toch te gaan. Want stel dat het gewoon lukt. Dan heb ik in ieder geval een verhaal. Ik ging extra vroeg naar het vliegveld. De hele nacht had ik mogelijke vragen en antwoorden in mijn hoofd herhaald. Ik maakte screenshots van mijn verblijf en mijn route, alles om te kunnen aantonen dat het echt om een dagtrip ging.

Bij de douane overhandigde ik mijn paspoort aan een vrouw achter het loket. Ze keek streng en begon langzaam te bladeren. Ze scande het paspoort en bleef lang stil. Minuten leken voorbij te kruipen. Zou dit een test zijn? Moest ik iets zeggen? Ik hield mijn mond en bleef zo kalm mogelijk staan. Uiteindelijk zette ze een stempel. Geen woord, geen blik. Gewoon doorlopen. De eerste barrière was genomen.

‘Ik reis niet alleen om ergens te zijn. Ik reis om te worden wie ik in essentie al ben.’

Tijdens de vlucht, die maar een uur duurde, bleef dat ongemakkelijke gevoel in mijn buik zitten. Wat als het daar wél misging? Waar zou ik dan naartoe moeten? Ik stapte uit het vliegtuig en ademde diep in. In de rij voor de douane leek alles trager te gaan. Toen ik aan de beurt was, keek de man me vriendelijk aan. ‘Ben jij profvoetballer?’ vroeg hij. Ik moest lachen. ‘Nee, helaas niet.’ Hij bladerde door mijn paspoort, stopte bij de Armeense stempel en hield hem even omhoog. Ik legde uit dat ik alleen voor een dagtrip in Armenië was geweest. Net toen ik mijn telefoon wilde pakken om het te bewijzen, zette hij een stempel. Geen discussie. Welkom in Azerbeidzjan.

Ik vierde het met een goed diner en een fles champagne voor mezelf. Niet alleen omdat het gelukt was, maar omdat ik wist dat ik op de helft was. Vijftig landen. Vijftig keer een grens over, letterlijk en figuurlijk. Vijftig onzichtbare trofeeën. Geen prijzenkast, maar wel een rijk archief vol ervaringen, herinneringen, overwinningen en momenten waarop het even mis leek te gaan.

En dat brengt me hier, aan het einde van dit eerste deel van het boek. Niet aan het einde van de reis. Wat begon als een verzameling landen, groeide uit tot een manier van leven. Reizen is voor mij geen vlucht of project meer. Het is thuiskomen bij mezelf, steeds opnieuw. Iedere plek laat me iets zien. Niet alleen van de wereld, maar ook van wie ik ben. In chaos en stilte, met een glimlach aan een grens of met klamme handen voor een douanehokje. Altijd met open ogen.

Ik reis niet alleen om ergens te zijn. Ik reis om te worden wie ik in essentie al ben. Precies dat maakt het waardevol. Onderweg zijn is voor mij niet iets tijdelijks. Het ís het leven. Inmiddels weet ik dat je niet altijd zeker hoeft te weten waar je uitkomt. Als je maar durft te gaan.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *