31. Ritme en weerstand

Deel I | 0 reacties

Beweging is altijd een rode draad in mijn leven geweest. Als kind deed ik jarenlang aan badminton en judo, maar ook buiten de sportzaal was ik graag actief. Ik wandelde lange afstanden, samen of alleen, om mijn hoofd leeg te maken. Daarnaast stond ik al jong op skeelers. Zodra de zon zich liet zien, trok ik eropuit voor lange afstanden, vaak met muziek in mijn oren. De wind langs mijn gezicht, het ritme van mijn bewegingen en de weg die onder me voorbijgleed, gaven me een gevoel van vrijheid dat ik nergens anders op dezelfde manier ervoer. Wandelen en skeeleren hoefden nergens naartoe te leiden. Het bewegen zelf was al genoeg.

Pas later ontdekte ik de sportschool. Ik begon vooral met conditietraining, maar stapte langzaam over op krachttraining. Inmiddels probeer ik daar opnieuw een goede balans in te vinden. Een sterk en gespierd lichaam voelt prettig, maar conditie is minstens zo belangrijk. Omdat ik astma heb, helpt conditietraining mij om mijn ademhaling en longcapaciteit zo goed mogelijk te onderhouden. Ik ging niet fitnessen omdat iemand vond dat het moest. Ik merkte zelf dat ik behoefte had aan fysieke uitdaging, structuur en zichtbare groei. Toch voelde ik me de eerste keren behoorlijk ongemakkelijk. Ik liep naar binnen met het idee dat iedereen naar me keek en meteen zag dat ik een beginner was.

De eerste weken bleef ik daarom vooral op de crosstrainer in een hoek staan. Vanaf daar had ik overzicht en kon ik rustig observeren hoe anderen de apparaten gebruikten. Het voelde vreemd om gewichten vast te pakken die ik nauwelijks omhoog kreeg of plaats te nemen op toestellen waarvan ik amper begreep hoe ze werkten. Vaak had ik geen zin om te gaan. Soms zat ik net lekker op de bank, was ik moe van mijn werk of kon ik eenvoudigweg geen enthousiasme opbrengen. Toch ging ik. Soms met tegenzin, soms maar voor een halfuur. Ik hield mezelf voor dat vijf minuten ook telden. Als ik eenmaal binnen was, bleef ik meestal toch langer.

“Het gevoel na een training werd belangrijker dan de weerstand ervoor.”

Langzaam veranderde er iets. Ik voelde me fitter, had meer lucht en merkte dat mijn lichaam sterker werd. Gewichten die een maand eerder onmogelijk leken, kreeg ik ineens zonder veel moeite omhoog. Na een conditietraining herstelde mijn ademhaling sneller en ook in mijn hoofd werd het rustiger. Het waren geen spectaculaire sprongen, maar kleine signalen die zeiden: dit werkt. Het gevoel na een training werd belangrijker dan de weerstand ervoor. Inmiddels sport ik vier à vijf keer per week. Niet omdat het moet, maar omdat mijn lichaam erom lijkt te vragen. Krachttraining voelt niet meer als een strijd, maar als een vorm van zelfzorg. Het helpt me spanning kwijt te raken, mijn gedachten tot rust te brengen en me sterker te voelen, vanbinnen én vanbuiten. En eerlijk is eerlijk: de complimenten die ik soms krijg, helpen ook gewoon mee.

Dat betekent niet dat ik altijd doorga. Er zijn dagen, en soms weken, waarop ik merk dat ik te veel heb gevraagd van mijn lichaam. Door werk, reizen en sporten tegelijk kan de vermoeidheid zich opstapelen. Mijn spieren voelen dan slap of pijnlijk en mijn energie is verdwenen. Vroeger zag ik rust misschien als een onderbreking, maar nu weet ik dat herstel onderdeel is van het proces. Op zulke momenten kies ik voor wandelen. Zo blijf ik in beweging zonder opnieuw over mijn grens heen te gaan. In het begin dacht ik dat sporten vooral discipline vereiste, maar gaandeweg ontdekte ik dat het vooral eerlijkheid vraagt. Ben ik echt moe, dan maak ik de training korter. Heb ik weinig tijd, dan houd ik het compact. Maar ik stop niet automatisch bij het eerste excuus.

Sporten is inmiddels bijna net zo vanzelfsprekend geworden als eten. Natuurlijk kan ik zonder een training, maar zo voelt het niet altijd meer. Mijn lichaam en hoofd merken het wanneer ik te lang niets doe. Wat reizen voor mijn geest betekent, doet training voor mijn lichaam: het herinnert me eraan dat ik in beweging mag blijven. Vooruitgang hoeft daarbij niet altijd zichtbaar te zijn. Soms zit die in een extra herhaling, soms in sneller herstel en soms juist in de keuze om een stap terug te doen. Stap voor stap, soms zwaar en soms licht, maar telkens één beweging dichter bij wie ik wil zijn.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *