Vol goede moed en zonder al te veel na te denken, boekte ik mijn volgende reis naar Dublin. In die tijd studeerde ik nog en had niet veel geld. Ik koos daarom voor een hostel in plaats van een hotel – veel goedkoper, en het zou me geld besparen. Ik had een zaal gereserveerd met acht bedden. Het leek me spannend, slapen in een ruimte met acht onbekenden. Maar ach, waarom niet? Gezellig toch? En stiekem leek het me ook wel een avontuur. Mijn Engels was in die tijd nog niet zo goed, dus dit was meteen een mooie kans om dat wat te oefenen én nieuwe mensen te leren kennen. Sociaal was ik toen nog niet echt. Niet omdat ik dat niet wilde, maar omdat ik het spannend vond om contact te leggen – vooral met onbekenden. Toch besloot ik het te doen. Juist omdat ik het spannend vond.
Met nog meer zin dan toen ik naar Boedapest ging, vertrok ik naar Dublin. De beren die ik eerder op de weg zag, waren verdwenen. Dat voelde fijn. Deze keer zou ik ontspannen, de stad rustig verkennen en genieten van mijn reis. Eenmaal aangekomen op het vliegveld, pakte ik de bus naar de stad en liep naar mijn hostel. ‘I want to check in, please,’ zei ik met mijn beste Engels en een iets te gespannen glimlach. De receptioniste glimlachte vriendelijk, vroeg om mijn paspoort en wees me kamer 12, bed 4 toe.
Ik haalde mijn pasje langs de deur. Toen ik binnenkwam, lag links in de kamer een jongen op bed te slapen. Zijn kleding lag verspreid over de vloer, zijn schoenen iets verderop en een sok zelfs nog verder weg. In een ander bed zat een oudere man op zijn telefoon. Ik groette hem vriendelijk en ging op zoek naar mijn bed. Ik maakte het op, legde mijn spullen in de lade onder het bed en merkte hoe kwetsbaar ik me voelde. Thuis kon ik me altijd terugtrekken als ik even rust of privacy nodig had. Hier kon iedereen elkaar zien, en dat overviel me. Ik pakte de spullen die ik nodig had en vertrok de stad in.
Dublin is een schitterende en vooral gezellige stad. Overal kroegjes, live muziek en vriendelijke gezichten. En natuurlijk de Temple Bar, de bekendste pub van allemaal. Wat me vooral opviel was de ontspannen sfeer. Alsof iedereen gewoon zijn eigen gang ging.
Na een flinke wandeling keerde ik met een knoop in mijn maag terug naar het hostel. De kamer was inmiddels vol. Sommige mensen groetten me, anderen zwegen. Aan de talen te horen kwamen er mensen uit Duitsland en Frankrijk. Opnieuw voelde ik me ongemakkelijk. Iedereen leek met zijn eigen ding bezig, en toch had ik het gevoel dat ik bekeken werd. Ik wist dat het tussen mijn oren zat, maar prettig voelde het niet. Ik besloot me op mijn tablet te focussen en een film te kijken. Die hele avond ben ik er – op een toiletbezoek na – niet uit mijn bed geweest. Het liefst had ik me helemaal verstopt. Toen het tijd was om te slapen, kleedde ik me onder mijn dekens om. Voor de anderen moet het een komisch gezicht zijn geweest: iemand die zich in complete stilte onder zijn dekbed uitkleedt, alles netjes opvouwt en weer weglegt.
“Het liefst had ik me helemaal verstopt.”
Toch sliep ik goed. De volgende ochtend wilde ik douchen, maar ik bleef liggen – alleen in mijn boxer, verstopt onder de dekens. Tot een uur of tien deed ik alsof ik sliep, wachtend tot iedereen weg was. Pas toen ben ik opgestaan, gaan douchen en de stad in gegaan.
Tijdens mijn verblijf besloot ik ook een dag met de trein op pad te gaan, richting de kust. Daar maakte ik een schitterende wandeling langs de kliffen, waar het water met kracht tegen de rotsen beukte. Het uitzicht was betoverend – uitgestrekt, ruig en tegelijkertijd rustgevend. Wandelen is altijd mijn manier geweest om te ontspannen. Als ik ook maar even de tijd heb, maak ik een wandeling door het bos of ga ik naar de Veluwe – een van mijn favoriete plekken in Nederland. Wandelen leegt mijn hoofd, helpt me loslaten en zet dingen in perspectief. Het is mijn manier om te vertragen, om weer even te voelen dat ik leef.
Toen ik die avond weer in mijn bed in het hostel kroop, wist ik het zeker: dit was de eerste en laatste keer. Hostels? Nooit meer. Of… dat dacht ik toen. Want zoals dat gaat met overtuigingen die je te stellig uitspreekt: een paar reizen later zou ik mezelf toch weer onder een gedeeld dak terugvinden. Maar dat wist ik toen nog niet.

0 reacties