In het vliegtuig naar Valencia viel me iets op wat me vaker opvalt: bijna iedereen reist samen. Stelletjes die tegen elkaar aan in slaap vallen, vriendengroepen vol voorpret, gezinnen die hun kinderen bezighouden. Ik weet dat er meer soloreizigers zijn dan je denkt, maar toch voelt het soms alsof ik één van de weinigen ben. En eerlijk? Dat vind ik ergens prettig. Het maakt mijn reis vanaf het eerste moment van mij. Terwijl ik daar alleen zat, ingeklemd tussen twee onbekenden, besefte ik opnieuw hoe anders mijn manier van reizen is. Niet beter of slechter. Gewoon anders. En precies daarom passend.
Hoewel ik ook graag met een vriend of vriendin op pad ga, gaat mijn voorkeur in alle eerlijkheid uit naar alleen reizen. Samen is gezellig: je deelt maaltijden, lacht om kleine misverstanden en maakt herinneringen die je samen kunt ophalen. Maar alleen reizen sluit beter aan bij mijn ritme. Ik bepaal hoe laat ik opsta, wanneer ik vertrek en welke kant ik oploop. Mijn wandelsnelheid ligt hoog, mijn dagen zijn lang en gevuld. Wat ik in een paar dagen zie, is voor de gemiddelde reiziger bijna niet bij te houden. Die autonomie voelt niet als afstand, maar als vrijheid. Tegelijk begrijp ik heel goed waarom mensen samen reizen. Het is veilig en vertrouwd, en met z’n tweeën durf je soms net wat meer. Voor mij geldt dat ook. Er zijn dingen die ik spannend vind en die ik samen waarschijnlijk moeiteloos zou doen. Alleen reizen confronteert je daarmee. Je kunt je niet verschuilen, niet overleggen, niet leunen. Precies daar zit de waarde: het laat zien wie je bent als niemand meekijkt. Wie je bent als je alleen bent, dát is je karakter.
“Alleen reizen betekent niet dat je alleen bent. Het betekent dat je durft te kiezen.”
Misschien daarom voelde deze reis naar Valencia al betekenisvol voordat hij goed en wel begonnen was. Mijn zusje woont al ruim twee jaar in Alicante en ik zou haar opzoeken, maar eerst wilde ik Valencia zelf ervaren. Eind november was de temperatuur aangenaam, al was het bewolkt en woei de wind stevig door de stad. In plaats van het openbaar vervoer te nemen, besloot ik te lopen naar het indrukwekkende complex dat bekendstaat als de Stad van Kunst en Wetenschap: een futuristisch geheel van musea, een operagebouw en een aquarium, met witte, bijna sculpturale gebouwen die scherp afsteken tegen de lucht. De wind maakte het decor bijna dramatisch, maar juist dat gaf het karakter. Ik maakte foto’s, ging binnen zitten voor een cappuccino en wandelde daarna het uur terug naar het station om de trein naar Alicante te nemen. Twee uur lang keek ik uit het raam naar het voorbijtrekkende landschap. Ik hoef me zelden te vermaken; ik ben al bezig.
In Alicante wachtte mijn zusje me op. We hadden elkaar een week eerder nog in Nederland gezien, maar een ontmoeting in haar eigen stad voelt anders. We liepen naar haar huis in de straat met de kleurrijke paddenstoelen, midden in het centrum, en eindigden op een rooftopbar met uitzicht op de verlichte berg Santa Bárbara die ’s avonds boven de stad uitsteekt. We aten in het centrum, dronken nog iets en keken thuis samen een paar afleveringen van een serie. Geen grootse plannen, geen diepzinnige gesprekken over het leven. Gewoon samen zijn, in haar wereld. Dat was genoeg. De volgende ochtend stonden we tegelijk op: zij om haar vaste ritme te volgen, ik om mijn tijdelijke vrijheid voort te zetten. We dronken koffie, namen afscheid en ik stapte weer op de trein naar Valencia. Tijdens de rit dacht ik aan hoe fijn het is om dit te kunnen doen. Even je zus opzoeken in een andere stad, vroeg opstaan zonder overleg, je dag volledig zelf invullen. Alleen reizen betekent niet dat je alleen bent. Het betekent dat je durft te kiezen.
Terug in Valencia liep ik het centrum door, bezocht de kathedraal, dwaalde door de smalle straatjes van El Carmen en stond stil op het grote plein waar alles samenkomt. Af en toe nam ik een pauze voor een drankje, keek om me heen en liep weer verder. Mijn tempo, mijn regie. Niemand die het rustiger of juist sneller wil. Ik merk dat ik steeds makkelijker onbekende plekken binnenstap en minder terugschrik voor wat spannend voelt. Alleen reizen heeft me zelfstandiger gemaakt, maar ook moediger. Niet omdat ik nergens bang voor ben, maar omdat ik heb geleerd dat ik het zelf kan dragen. De volgende ochtend had ik een vroege vlucht en boekte ik bewust een hotel naast het vliegveld. Praktisch, ja. Maar ook een keuze die laat zien dat ik verantwoordelijkheid neem voor mijn manier van reizen. Alleen vertrekken en alleen terugkomen heeft me iets gegeven wat samen reizen me minder leert: vertrouwen in mezelf. En dat is misschien wel de grootste winst van allemaal.






0 reacties