“Sorry meneer, ik heb een vervelende mededeling. Uw vlucht naar Nederland is geannuleerd vanwege het slechte weer.” Ze keek me bijna verontschuldigend aan, alsof ik niet de eerste was aan wie ze dit moest vertellen. “Mogelijk kunt u morgen weer vliegen, in het meest ongunstige geval overmorgen.” Ik bedankte haar en liep terug de hal in. Geen zenuwen, geen spanning, geen onzekerheid. Alleen onmacht. Ik moest morgen werken, maar met een belletje valt dat hopelijk wel op te lossen. Ik voelde een rust in mijn lichaam, mijn hoofd was kalm. Deze reis had me al meer ontspanning gegeven dan ik in maanden had gevoeld. Dit kon er ook nog wel bij.
Ik had deze reis een jaar geleden al geboekt. Alleen oud en nieuw vieren in het buitenland. Het leek me bijzonder om dat in Noorwegen te doen. Dus ik boekte een vlucht naar Stavanger en huurde een eigen verdieping bij een ouder stel in huis. Het hele jaar keek ik uit naar deze dagen. De afgelopen tijd zat ik minder lekker in mijn vel. De winter was begonnen en ik merkte dat mijn energie laag was. Mijn stemming daalde mee met de temperatuur en ik was sneller geprikkeld dan normaal. De mensen om me heen merkten daar weinig van. Ik heb mezelf aangeleerd dit niet te laten zien, zodat het niet groter wordt dan het is. Daarnaast vind ik niet dat anderen het verdienen als ik wat kortaf of geagiteerd reageer. De gedachte dat ik naar Noorwegen zou gaan gaf me een stip op de horizon. Ik had mooie plannen: een winterwandeling naar de Preikestolen, een boottocht langs de fjorden en een dagtrip naar Bergen.
De vlucht naar Stavanger duurde nog geen anderhalf uur vanaf Amsterdam. De aankomst op het kleine vliegveld was rustig, bijna stil. In de stad werd ik warm ontvangen door het stel bij wie ik verbleef. Tot mijn verrassing had ik een eigen woonkamer, keuken, badkamer, slaapkamer en zelfs een balkon. Ik pakte mijn spullen uit, trok warme kleding aan, handschoenen aan, sjaal om, muts op, en liep het centrum in. De temperatuur lag rond het vriespunt, maar de kou in Noorwegen voelt anders dan in Nederland. Droger, helderder. Stavanger is gemoedelijk. Lage houten huizen, rustige straten, licht dat zacht weerkaatst op het water. Ik besloot vanuit de stad richting het strand te lopen. Heuvel op, heuvel af. Goed voor de benen en de conditie. Op een gegeven moment voel je die frisse wind recht in je gezicht slaan en weet je: ik ben hier echt.
Boven op een heuvel liep ik weer naar beneden en kwam uit bij een meer met uitzicht over bergen op de achtergrond. Mijn batterij, die door drukke dagen bijna leeg was, voelde ik langzaam weer opladen. Mijn hoofd werd stil. Geen lijstjes, geen gedachten die om aandacht vroegen, alleen kijken. Ik wandelde langs het heldere water. Soms stond ik even stil, soms liep ik over stenen die in het water lagen om het uitzicht net iets anders te ervaren. Ik denk dat ik twee uur langs dat meer heb gelopen. Het was een heerlijk begin van mijn eerste dag. Die nacht sliep ik diep en zonder onderbreking.
De volgende ochtend stapte ik, terwijl de zon nog moest opkomen, op de boot voor een tocht langs de fjorden. Ik had me goed aangekleed: muts op, sjaal om, handschoenen aan. En dat was nodig. Zodra we de stad uit voeren, voelde ik een ijskoude wind over het dek snijden. Veel mensen bleven binnen zitten met koffie of chocolademelk. Ik bleef buiten staan. Ik had het er voor over. De stad werd kleiner, de zon kwam langzaam op en kleurde de mist tussen de bergen goud. Het water was donker en kalm. Soms voeren we langs kleine eilandjes of steile rotswanden waar een dunne laag sneeuw op lag.
Hoe verder we kwamen, hoe indrukwekkender het werd. De fjorden zijn uitgesleten door gletsjers die zich duizenden jaren geleden terugtrokken en diepe dalen achterlieten die zich vulden met zeewater. Hoge rotswanden rijzen loodrecht op uit het water. Er hing mist tussen de bergen die door het opkomende zonlicht steeds van kleur veranderde. Het was geen plaatje dat je vastlegt met een camera, het was een gevoel dat door je heen trok. Groots. Stil. Adembenemend. En toen riep de kapitein dat we links omhoog moesten kijken. Daar lag hij: Preikestolen. Een enorme platte rots die als een balkon boven de Lysefjord uitsteekt. Over een paar dagen zou ik daar zelf staan. We voeren nog langs een waterval en keerden daarna terug. Binnen warmde ik op met een cappuccino terwijl ik nog één keer naar het landschap keek.
Een dag later vloog ik vroeg naar Bergen. De avond ervoor had ik mijn taxi al besteld en mijn spullen klaargezet, zodat ik meteen kon vertrekken. In de taxi vroeg de chauffeur of ik Ulriken ging beklimmen, de hoogste van de zeven bergen rondom Bergen. Ik moest eerlijk toegeven dat ik er nog niet van had gehoord. Bij de gate zocht ik het op. Foto’s, uitzicht, kabelbaan. Ik besloot het te doen. De vlucht duurde nog geen drie kwartier. Rond zeven uur stond ik op het vliegveld van Bergen. De kabelbaan ging pas om tien uur. De stad was nog donker, dus besloot ik naar boven te lopen.
“Voor het eerst voelde ik hoe kwetsbaar ik eigenlijk was.”
Het sneeuwde licht terwijl ik het pad omhoog zocht. Al snel had ik uitzicht op de stad en lichtjes in de verte. Het pad had een dun laagje sneeuw en op sommige plekken was het bevroren. Soms moest ik via stenen en rotsen omhoog klimmen. Ik voelde me sterk. Hoe hoger ik kwam, hoe kouder het werd. Ik trok mijn muts verder naar beneden en mijn sjaal hoger. Op sommige stukken leek de ondergrond stevig, maar bleek het ijs. Ik gleed soms uit en herpakte me. Tot ik verkeerd stapte. Ik probeerde me nog vast te grijpen aan takken, maar alles was glad. Ik viel en gleed een meter van het pad af. Mijn pink klapte tegen een steen en begon hevig te bloeden.
Een echte reiziger is op alles voorbereid. Ik maakte mijn pink schoon met wat papier, deed er schoon papier omheen en plakte het dicht met pleisters. Later zou ik wel zien of het meer verzorging nodig had. Door de adrenaline voelde ik weinig pijn. Maar er gebeurde iets anders. Voor het eerst voelde ik hoe kwetsbaar ik eigenlijk was. Niet als gedachte, maar als realiteit. Eén verkeerde val, één klap op mijn hoofd, en dit had anders kunnen aflopen. Dat besef kwam diep binnen. Toch liep ik door. De laatste kilometers waren gevaarlijker dan ik vooraf had ingeschat. Achteraf gezien misschien te gevaarlijk. Maar de top lonkte.
De zon kwam steeds meer op, de mist trok langzaam op en gaf een bijna mystiek beeld. Het laatste stuk klom ik over rotsen en stijl gras omhoog. Ik was er bijna. Toen ik de top bereikte, waaide het hard en was het ijskoud. Ik kon de stad zelf niet goed zien door de wolken, maar ik wist waar ik stond. Ik belde mijn ouders en mijn zusje zodat ze mee konden kijken. Ik voelde trots. Later ging ik met de kabelbaan naar beneden en liep ik door de stad. Bergen is kleurrijk, met houten huizen langs het water die door de sneeuw nog feller afstaken tegen de lucht. Het water in de haven was helder. Vanaf beneden kon ik de berg zien die ik net had beklommen. Ik voelde me klein en sterk tegelijk.
Twee dagen later merkte ik pas echt wat die val had gedaan. Mijn schouder bleek verrekt. Slapen, vooral omdraaien, deed pijn. Sporten ging niet meer. Drie weken heb ik niet kunnen trainen. Misschien was het een geluk bij een ongeluk. De laatste tijd had mijn lichaam al vaker signalen gegeven dat ik te enthousiast was. Overal kleine pijntjes. Ik luisterde niet. Tot ik letterlijk werd stilgezet.
De dag daarna stond Preikestolen op de planning. Met een Duits en Spaans gezin en een gids vertrokken we naar het startpunt. Die nacht had het opnieuw gesneeuwd. Aan de voetstappen te zien waren wij een van de eersten op het pad. Het Duitse gezin en ik liepen stevig door, het Spaanse gezin nam vaker pauze. Een mooi verschil. Wij gefocust op de rots, zij genietend van elke stap. De gids gaf ons spikes voor onder onze schoenen tegen het ijs. Die had ik gisteren goed kunnen gebruiken.
Hoe hoger we kwamen, hoe kouder de wind werd. Langzaam werden de fjorden zichtbaar. Mist zweefde ertussen, verlicht door de zon. En daar lag hij: Preikestolen. Ik had hem vaak op foto’s gezien, maar dit was anders. Foto’s maken het plat. In het echt voel je de hoogte. Je voelt de diepte onder je. Je hoort de stilte. Toen ik op de rand stond en naar beneden keek, zag ik alleen leegte en water ver onder me. Het was misschien wel een van de meest bijzondere momenten uit mijn leven. De gids maakte foto’s van ons terwijl we daar stonden. Het voelde onwerkelijk en tegelijk volledig echt.
Oudjaarsdag begon rustig. Ik heb niet zoveel met oud en nieuw, maar het idee om het alleen in Noorwegen te vieren vond ik bijzonder. Na ontbijt en koffie liep ik naar Sverd i fjell, de drie zwaarden in de rots bij de Hafrsfjord. Een monument dat herinnert aan de slag waarbij Noorwegen werd verenigd. De wandeling ernaartoe was niet spectaculair, maar gaf me ruimte om na te denken over de afgelopen dagen. Ik kwam tot de conclusie dat dit een van mijn mooiste reizen tot nu toe was.
Ik had nog een paar uur over en besloot naar de bioscoop te gaan. Een kinderfilm, zodat ik het Noors enigszins zou begrijpen. Tot mijn verbazing begreep ik het en de film was best leuk. Later nam ik een warme douche, kleedde me netjes aan en liep de stad in. De kroegen langs het water waren gezellig verlicht met lampjes. Vriendengroepen en gezinnen zaten binnen of stonden buiten met een drankje. Ik liep wat kroegen af, proefde de sfeer, zonder echt contact te maken. Ik was alleen, maar dat voelde hier niet vreemd. In Noorwegen lijkt dat normaal. Ik dook een Irish pub in, bestelde een Guinness en luisterde naar muziek.
Rond kwart voor twaalf liep ik naar de haven. Steeds meer mensen verzamelden zich. Er was geen grote klok, geen podium. Toch begon iedereen spontaan af te tellen: ti, ni, åtte, sju, seks, fem, fire, tre, to, en. Gejuich brak los. Mensen omhelsden elkaar. Het vuurwerk werd afgestoken achter een groot schip in de haven; de kleuren schoten omhoog langs de contouren van het schip en spiegelden in het donkere water.”. Na tien minuten liep het plein langzaam weer leeg. Mensen gingen terug naar binnen, naar warmte en drank. Ik liep terug naar huis. Niet eenzaam, maar tevreden.
Een paar dagen eerder had ik besloten een tattoo te laten zetten: een Noorse spar als aandenken aan deze rustgevende reis. De tatoeëerster was eigenlijk op vakantie, maar wilde speciaal voor mij terugkomen. Ze kwam uit Litouwen en haar naam betekent spar. Wat een toeval. Terwijl ze bezig was, dacht ik aan de donkere maanden ervoor. De lage energie, de spanning. Ik besloot dat deze spar meer zou zijn dan alleen een herinnering aan Noorwegen. Als ik me straks weer onrustig voel, hoef ik alleen maar naar mijn arm te kijken. Dan weet ik weer hoe het hier voelde: mijn hoofd stil, mijn adem rustig, mijn lichaam ontspannen. Alsof ik mezelf een stukje bewijs heb meegegeven dat die rust er echt is.
En toen, onderweg naar het vliegveld in de bus, kreeg ik een sms van de luchtvaartmaatschappij. ‘Your flight has been cancelled.’ In Nederland lag alles plat door de sneeuw. Op het vliegveld kreeg ik te horen dat ik mogelijk pas overmorgen terug kon. Ik liep wat rond, wachtte een uur en sloot opnieuw aan bij de servicedesk. Voor me stond een Nederlandse vrouw. Ze begon te huilen toen ze hoorde dat ze pas over twee dagen kon vliegen. Ik bereidde me voor op dat scenario: werk bellen, kijken of mijn appartement nog vrij was, misschien nog een activiteit doen. De medewerker keek in het systeem. De printer begon te ratelen. Ze gaf me een knipoog. Ik kon mee met een vlucht die drie uur vertraagd was. Ik was opgelucht. Bij de gate zag ik de vrouw weer. Ze stond op de wachtlijst, mocht mee als er iemand niet kwam opdagen. Toen we gingen boarden, zag ik haar ook door de poortjes gaan. Ik was blij voor haar.
In het vliegtuig keek ik terug op deze dagen. Op de wind op het dek, de mist tussen de bergen, het stille water bij dat meer en het vuurwerk achter het schip in de haven. Maar vooral op wat er in mij gebeurde. Iets werd rustiger. Iets werd helderder. Ik voelde hoe kwetsbaar ik ben, maar ook hoe levend. Wat ik buiten zag, gebeurde ook vanbinnen. Dit was geen reis om even weg te zijn. Dit was misschien wel mijn mooiste reis tot nu toe, omdat ik niet alleen het landschap zag veranderen, maar ook mezelf.






0 reacties