Ik krijg vaak de vraag: “Hoe kan het dat je elke maand op reis gaat?” Of: “Hoe doe je dat met werk, heb je geld teveel?” Eerlijk gezegd vind ik het terechte vragen — en ik voel me bevoorrecht dat ik het kan doen. Maar het is niet iets wat zomaar uit de lucht is komen vallen. Ik heb er jaren naartoe gewerkt, keuzes gemaakt en mijn leven zo ingericht dat het past bij wie ik ben. Soms bewust, soms onbewust. Sommige keuzes maakte ik vanuit verstand: meer werken, sparen, plannen. Andere kwamen voort uit gevoel — iets in mij dat wist dat ik vrijheid nodig had. Niet elke stap was doordacht, maar ze brachten me wel precies hier.
Ik ben al vroeg begonnen met veel werken. Niet om rijk te worden, maar om vrijheid te kopen. Elke extra dienst, elk opgespaard uur, ging in mijn reispot. Ik ben niet materialistisch, dus ik geef weinig uit aan spullen. Mijn werk leende zich er goed voor: wisseldiensten, flexibiliteit en een rooster dat ruimte bood. Geen vaste kantoordagen, geen maandag-tot-vrijdag-ritme. Als ik vier of vijf dagen op reis wilde, werkte ik de weken ervoor en erna gewoon wat meer. Bij elke nieuwe werkgever maak ik één duidelijke afspraak: geef me vier of vijf dagen per maand vrij, en plan me verder in zoals je wilt. Zolang ik mijn uren haal, ben ik tevreden.
Dat werkt omdat ik flexibel ben. Ik heb geen gezin, geen vaste verplichtingen die me aan huis binden. En eerlijk gezegd: werken vind ik niet erg. Het geeft structuur, betekenis en ritme. Die ene reis per maand brengt juist balans — even loskomen, opladen, perspectief. Na een reis voel ik me herboren, vol nieuwe energie. En als een week op werk even tegenzit, denk ik: ach, binnenkort sta ik weer ergens anders op de wereld. Het leert me relativeren, positiever kijken en me minder druk maken om dingen die er uiteindelijk niet toe doen.
Veel mensen denken dat reizen ingewikkeld of duur is. Maar dat hoeft niet. Bijna iedereen heeft weleens drie of vier dagen vrij, en in die tijd kun je al een hoop beleven. Het hoeft niet ver of groot te zijn — soms is een korte vlucht of treinreis al genoeg om eruit te breken. Een andere stad, een ander ritme, een ander perspectief. Even weg uit de sleur van werk en verplichtingen, om weer te voelen dat je leeft.
Ik praat vaak over mijn reizen, en eerlijk gezegd voel ik me daar soms wat dubbel bij. Ik weet dat het voor sommigen misschien overdadig of verwend kan klinken, maar dat is nooit mijn bedoeling. Ik vertel er niet over om te laten zien waar ik ben geweest, maar om te delen wat het met me doet. Reizen is mijn passie, mijn manier van leren en leven. Als ik erover praat, is dat uit enthousiasme — niet uit trots. Ik wil iets losmaken in mensen, ze laten voelen dat er meer mogelijk is dan ze denken. Dat een verandering of avontuur niet groot hoeft te zijn om betekenisvol te zijn. En als mijn verhalen iemand inspireren om zelf een stap te zetten — in het klein of groot — dan voelt dat als het mooiste wat ik ermee kan bereiken.
“Ik wil iets losmaken in mensen — laten voelen dat er meer mogelijk is dan ze denken.”
De afgelopen jaren heb ik gemerkt dat het anderen ook heeft geraakt. Collega’s en vrienden die dachten dat reizen te duur of te ingewikkeld was, kwamen terug met verhalen vol licht. Ze ontdekten dat vrijheid niet alleen iets is wat je hebt, maar iets wat je kiest. Door te plannen, te durven, en af en toe buiten je comfortzone te stappen. Want dáár gebeurt het: in dat kleine stukje ongemak waar groei begint. Buiten je vertrouwde omgeving voel je je even uitgerekt — maar juist dat is waar leren en genieten samenkomen.
En wat geld betreft: het valt vaak mee. Ik plan meestal een half jaar tot een jaar vooruit, waardoor de tickets goedkoper zijn. Ik check regelmatig prijzen — soms dagelijks — en er zit altijd wel iets betaalbaars tussen. Hostels hebben niet altijd een goede naam, maar de meeste zijn schoon, veilig en gezellig. Je slaapt er alleen, want overdag ben je toch op pad. En mocht het lawaaiig zijn: oordoppen doen wonderen.
Wat ik vooral heb geleerd, is dat de grootste drempel niet geld is, maar angst. Angst om los te laten wat bekend is. Angst om iets nieuws te proberen. Angst om jezelf toe te staan te genieten. Maar zodra je durft te gaan, ontdek je dat het allemaal meevalt. Dat het leven zich vanzelf opent als je het durft te leven.
Reizen is voor mij geen ontsnapping, maar onderhoud. Het houdt me wakker in een wereld die snel in slaap valt. Elke reis herinnert me eraan wat echt telt: beweging, verwondering, vrijheid. Niet de vrijheid om weg te zijn, maar de vrijheid om mezelf telkens opnieuw te ontmoeten. Onderweg leer ik niet alleen de wereld kennen, maar ook mijn eigen grenzen — en hoe ver ik die kan verleggen zonder mezelf kwijt te raken. Want vrijheid is niet het ontbreken van verplichtingen, maar het durven kiezen voor wat jou levend houdt.
Stel dat niets je tegenhoudt — geen geld, geen tijd, geen verplichtingen. Waar zou je dan morgen naartoe gaan, en wat denk je dat die reis jou zou leren over jezelf?

0 reacties